Alloro, salvia, zafferano – zo heten kruiden en specerijen in het Italiaans

Sommige Italiaanse namen voor kruiden en specerijen herken je meteen: basilico, origano, rosmarino… Maar wat betekenen alloro, garofano en zenzero? Voor wie graag de Italiaanse keuken in duikt, zet ik de meestgebruikte kruiden en specerijen op een rij, mét hun Nederlandse vertaling.

Woordenlijstje Italiaanse kruiden en specerijen

  • alloro – laurier
  • basilico – basilicum
  • cannella – kaneel
  • chiodo di garofano – kruidnagel
  • erba cipollina – bieslook
  • maggiorana – majoraan
  • menta – munt
  • noce moscato – nootmuskaat
  • origano – oregano (let op de spelling in het Italiaans, en op de uitspraak: de klemtoon ligt op de i)
  • paprika – paprikapoeder (en dus niet: paprika; dat is peperone in het Italiaans; zie hier voor meer struikelblokken in de Italiaanse keuken)
  • pepe – peper
  • peperoncino – rode peper
  • prezzemolo – peterselie
  • rosmarino – rozemarijn
  • salvia – salie
  • semi di finocchio – venkelzaad (finocchio is venkel, salame al finocchio is venkelworst)
  • timo – tijm
  • zafferano – saffraan (het hoofdingrediënt in een risotto alla milanese, een van de culinaire specialiteiten van Milaan)
  • zenzero – gember
Oude specerijenpot op een Italiaanse antiekmarkt
Op een antiekmarkt in Italië zag ik deze oude specerijenpot, eentje uit een hele serie
Kruiden in het Italiaans
Rosmarino, peperoncino, timo
Basilico en andere kruiden in het Italiaans

Foto’s: Annelies Kooijman | parliamoitaliano.nl