Elk jaar vindt in Italië de Cioccolatò plaats, een tiendaags evenement dat geheel in het teken staat van chocolade, cioccolato in het Italiaans, met de klemtoon op ‘la’. Waarom er nu dan toch een accent op de o staat? Dat is om aan te geven waar we naartoe moeten: ‘To’ is de afkorting van Torino (Turijn), de stad waar het evenement plaatsheeft. En een stad die bekendstaat om z’n chocoladespecialiteiten, zoals de gianduiotti, romige chocolaatjes met hazelnoot, en de chocolade-koffie-drank bicerin.
Let ook op het verschil tussen il cioccolato en una cioccolata, eindigend op een -a. Het eerste is de chocolade, het tweede is een warme chocolademelk. Die in Italië trouwens onvergelijkbaar is met de dunne, vloeibare chocolademelk in Nederland.
Cioccolato – cioccolata
- il cioccolato (soms ook la cioccolata) – de chocolade
- torta al cioccolato – chocoladetaart
- cioccolato al latte – melkchocolade
- cioccolato fondente – pure chocolade
- una cioccolata (calda) – een kop (warme) chocolademelk
- i cioccolatini – de chocolaatjes

Foto: Joep van den Elsen | Parliamoitaliano.nl




